Studielift Doorstroomprogramma's po-vo

DOORSTROOMPROGRAMMA'S PO-VO VOOR GELIJKE KANSEN Cognitieve vaardigheden Metacognitieve vaardigheden Omgevingsfactoren

Een initiatief van Studielift www.studielift.nl www.studielift123.nl www.studielift-planagenda.nl www.doorstroomprogramma-po-vo.nl

Werken aan exectieve vaardigheden Samenvatting subsidieregeling ministerie OCW Vragen antwoorden regeling - ministerie OCW Doorstroomprogramma's po-vo voor gelijke kansen Studielift Cognitieve vaardigheden Metacognitieve vaardigheden Omgevingsfacturen Aanbod Studielift Bijlagen 1. 2. 3. 2 3 4 6 8 10 12 14 16 INHOUDSOPGAVE

Doorstroomprogramma’s po-vo voor gelijke kansen Met de subsidieregeling doorstroomprogramma’s po-vo voor gelijke kansen kunnen scholen de overgang van de basisschool naar de middelbare school verbeteren voor leerlingen die op een hoger niveau kunnen presteren, maar minder ondersteuning of hulpbronnen hebben dan hun klasgenoten. Door deelname aan een doorstroomprogramma vergroten zij hun kennis en vaardigheden, zodat ze op het juiste niveau kunnen doorstromen in het vo. Voorwaarden voor deelname aan de regeling (zie bijlage voor gehele tekst) • Een programma bestaat uit minstens 100 klokuren per leerling. • Je kunt alleen subsidie aanvragen voor de groep leerlingen die het doorstroomprogramma zowel in groep 8 als in eerste leerjaar van het vo volgen. • De aanvraagperiode wordt ingediend tussen 20 februari tot en met 30 april 2022. Op 20 februari vindt u het aanvraagformulier op deze pagina. Inhoud doorstroomprogramma Tijdens een doorstroomprogramma is er in ieder geval aandacht voor twee van de drie inhoudelijke leerlijnen: 1. Het versterken van cognitieve vaardigheden, zoals taal- en leesvaardigheden en rekenen. 2. Het versterken van metacognitieve vaardigheden, bijvoorbeeld gericht op het versterken van zelfstandig leren, effectieve werkhouding en plannen ten behoeve van de overgang naar het vo. 3. Het inzetten op omgevingsfactoren buiten de klas en de thuissituatie, bijvoorbeeld het: • vergroten van ouderbetrokkenheid; • vergroten of benutten van netwerken of hulpbronnen uit de omgeving; • versterken van sociale vaardigheden; • het begeleiden bij de schoolkeuze; • brede loopbaanoriëntatie. De all-in one mentormethode Studielift123 van Studielift is uitgebreid met een juniorvariant voor groep 8-leerlingen, waardoor deze tezamen passen binnen deze subsidieregeling. De methode richt zich zowel op de leerlijn cognitieve vaardigheden versterken, als op metacognitieve vaardigheden versterken en het inzetten op omgevingsfactoren buiten de klas en de thuissituatie. In deze brochure vind je een uiteenzetting van het aanbod van Studielift passend binnen de kaders van de regeling ‘Doorstroomprogramma’s po-vo voor gelijke kansen’. 2

Studielift Studielift is al jaren een toonaangevende onderneming op het gebied van ondersteuningsprogramma’s binnen het po, vo- en mbo-onderwijs. Wij trainen docenten, mentoren en overige professionals binnen de vo- en mbo-scholen, zodat zij zelf ook ervaren wat de verschillende vaardigheden kunnen betekenen voor hun leerlingen. Hiermee kijkt de docent ook naar zijn eigen manier van lesgeven en hoe dit aan kan sluiten bij het leerproces van zijn leerlingen. We richten ons met name op het duurzaam en breed inzetten van doelgerichte, praktische programma’s die door leerkrachten, docenten en mentoren kunnen worden aangeboden. Dit doen wij middels de all-in one mentormethode Studielift123 en Studielift123-junior, waarmee scholen flexibel en op maatwerk gericht hun (mentor)lessen vorm kunnen geven. De vaardigheden die leerlingen aangereikt krijgen zijn vakoverstijgend en bevatten onderdelen op het gebied van : Executieve vaardigheden: werkgeheugen – taakinitiatie – planning – organisatie – timemanagement – doelgericht gedrag – metacognitie (bron 2009 - Peg Dawson en Richard Guare). Zie tevens bijlage 1. Leerstrategieën: overzien – jezelf kennen – vooruitkijken – bijhouden – terugkijken – herhalen – verdiepen – structureren – jezelf, anderen en je omgeving organiseren – jezelf vertrouwen en motiveren – het nut zien (bron 215 – Pieternel Dijkstra). Studievaardigheden: plannen – snellezen – aantekeningen en samenvattingen maken – mindmappen – geheugentechnieken – toetsen voorbereiden - leren leren. Juist in deze tijd, waarin veel leerlingen hun ritme, routine en structuur met betrekking tot schoolwerk zijn kwijtgeraakt, is het belangrijk om hen zo snel mogelijk weer op de rit te krijgen. Motivatie en plezier in leren krijg je niet door meer van dezelfde lesstof aan te bieden, maar door te kijken welke (andere) manieren en vaardigheden en er zijn om de leerling meer en makkelijker te laten leren in minder tijd. Ik kom graag met jullie school in contact om te kijken welke trainingen en materialen aansluiten bij de ondersteuningsbehoefte van jullie leerlingen. Vraag vrijblijvend een offerte of Zoom-presentatie over de verschillende programma’s aan. Stuur een berichtje naar info@studielift.nl of bel me op 06-17 23 44 17. Annemieke Groeneveld – eigenaar Studielift 3

Cognitieve vaardigheden Focuslezen Aagendabeheer Hoofd- en bijzaken herkennen Woorden en begrippen leren Samenwerken 4

1. Cognitieve vaardigheden Cognitieve vaardigheden hebben te maken met de mate waarin leerlingen in zijn om kennis en informatie op te nemen en te verwerken. Voorbeelden van cognitieve vaardigheden zijn o.a. taal, rekenen, lezen, schrijven, plannen maken, probleemoplossend vermogen, initiatieven nemen en mogelijkheid om informatie (kortdurend) op te slaan . Vanuit de lessen Studielift123-junior gaan leerlingen in groep 8 kennismaken met vaardigheden als agendabeheer, plannen, focuslezen, hoofd- en bijzaken uit tekst halen, mindmappen en woorden & begrippen leren. Deze vaardigheden worden in de methode vanaf de brugklas verder opgepakt en uitgebreid, zodat leerlingen vanaf groep 8 tot en met de brugklas en verder schoolbreed worden ondersteund in die metacognitieve vaardigheden die nodig zijn om het maximale leerrendement uit leerlingen te halen. Onder cognitieve vaardigheden vallen onder andere: • Focuslezen • Agendabeheer • Hoofd- en bijzaken herkennen • Woorden en begrippen leren • Samenwerken Kijk op pagina 10 voor het aanbod van Studielift. Ouderbetrokkenheid Om ouders een betrokken rol te geven bij het leerproces van hun kind, kan er desgewenst een webinar op maat gemaakt worden, waarin ouders tips krijgen om hun kind te ondersteunen en motiveren. 5

Ruimte voor maatwerk Metacognitieve vaardigheden Zelfstandig leren Effectieve werkhouding Plannen Taakoriëntatie Doelen stellen 6

2. Metacognitieve vaardigheden Metacognitieve vaardigheden zijn erop gericht leerlingen zelf concreter te laten nadenken over hun leerproces. Dit betekent fouten kunnen herstellen maar ook plannen (hoe te handelen). Het gaat dan om vaardigheden voor taakoriëntatie (wat moet ik doen?), doelen stellen (wat moet ik bereiken?), plannen (hoe bereik ik dat doel?), systematisch werken (stap-voor-stap), jezelf monitoren tijdens de uitvoering (maak ik geen fouten, begrijp ik alles?), na afloop evalueren (klopt het antwoord?) en reflecteren (wat kan ik hiervan leren?). Vanuit de lessen Studielift123-junior maken leerlingen een verdieping op de hierboven genoemde cognitieve vaardigheden, die vervolgens in de brugklas weer verder worden opgepakt en uitgebreid. Het aanleren van metacognitieve vaardigheden kan het beste worden geïntegreerd met een concrete leertaak, zodat het duidelijk is voor de leerling ‘wat’ je ‘wanneer’ moet doen en ‘hoe’ je dat doet. Daarnaast dient het aanleren van metacognitieve vaardigheden over een langere periode te gebeuren om een (langdurig) effect te bewerkstelligen. Daarom is er gekozen om vanaf de brugklas een all-in one mentormethode aan te bieden, zodat ook na het brugjaar verbreding en verdieping van vaardigheden kan worden aangeboden. Implementatie vindt plaats d.m.v. het trainen van zowel mentoren als vakdocenten, zodat de vaardigheden direct tijdens de reguliere lessen ingetraind kunnen worden. Kijk op pagina 10 voor het aanbod van Studielift. Ouderbetrokkenheid Goed plannen leer je niet zomaar, daar heb je, zeker in groep 8 en de brugklas nog hulp bij nodig. Ondersteuning van ouders is hierbij van groot belang. Om ouders een betrokken rol te geven bij het goed leren plannen en organiseren van al het huiswerk, kan er desgewenst een webinar op maat gemaakt worden, waarin ouders tips krijgen om hun kind te ondersteunen bij het maken van haalbare en realistische planningen. 7

Omgevingsfactoren Vergroten ouderbetrokkenheid Benutten netwerk Benutten hulpbronnen Versterken sociale vaardigheden Brede loopbaanoriëntatie 8

3. Omgevingsfactoren Omgevingsfactoren spelen een cruciale rol bij de (leer)ontwikkeling van onze jeugd. Binnen de leerlijn ‘omgevingsfactoren buiten de klas en de thuissituatie’ vind je binnen de methode Studielift123 lessen op het gebied van: • vergroten van ouderbetrokkenheid (zie onderdeel hieronder); • vergroten of benutten van netwerken of hulpbronnen uit de omgeving; • versterken van sociale vaardigheden; Een grotere ouderbetrokkenheid betekent direct een bredere ondersteuning voor leerlingen die dit nodig hebben om op het juiste niveau door te stromen naar het vo. Denk bij ouderbetrokkenheid aan het samen inrichten van een prikkelvrije huiswerkplek, zodat schoolspullen makkelijker overzichtelijk blijven. Ook kunnen ouders helpen en ondersteunen bij het leren plannen van huiswerk en het de eerste stappen bij het leren voor toetsen. 9

Aanbod Studielift Uitgangspunten regeling ‘Doorstroomprogramma’s vo-po voor gelijke kansen’: Scholen mogen naar eigen inzicht de inhoud van het doorstroomprogramma bepalen, waarbij dient te worden ingezet op kennis en vaardigheden die binnen de (overgang naar de) middelbare school van belang zijn, en de randvoorwaarden die nodig zijn om (in het vo) tot leren te komen. Er is in ieder geval aandacht voor twee van de drie inhoudelijke lijnen: het versterken van cognitieve vaardigheden, bijvoorbeeld gericht op het versterken van taal- en leesvaardigheden en rekenen het versterken van metacognitieve vaardigheden, bijvoorbeeld gericht op het versterken van zelfstandig leren, effectieve werkhouding en plannen ten behoeve van de overgang naar het vo, het inzetten op omgevingsfactoren buiten de klas en de thuissituatie, bijvoorbeeld: o het vergroten van ouderbetrokkenheid; o het vergroten of benutten van netwerken of hulpbronnen uit de omgeving; o het versterken van sociale vaardigheden; o het begeleiden bij de schoolkeuze en brede loopbaanoriëntatie. Groep 8 Tijdens de lessen van Studielift123-junior krijgen leerlingen in groep 8 de beginselen van plannen en ‘leren leren’ aangereikt. De methode bestaat uit zeven thema’s met elk vier lessen: • Agendagebruik en plannen • Focuslezen en sleutelwoorden markeren • Mindmappen • Woorden en begrippen leren • Omgevingsfactoren en organiseren • Sociale vaardigheden • Werkvormen en breinbrekers Meer informatie en brochure via info@studielift.nl 7 10

Brugklas e.v. Met de all-in one mentormethode Studielift123 hebben scholen ruim 160 lessen tot hun beschikking om het gewenste maatwerk te kunnen leveren vanaf de brugklas. Alle 160 lesblokken zijn gebundeld zijn in één werkboek voor de leerlingen en één mentorboek inclusief werkbladen voor de mentoren of coaches van de school. Daarnaast is er een apart theorieboek met alle belangrijke studievaardigheden, zodat hier te allen tijde naar terug gekeken kan worden. Studielift123 is in de basis een driejarige methode waarin leerlingen in een doorlopende leerlijn lessen over studievaardigheden, sociale vaardigheden en persoonlijke ontwikkeling krijgen aangereikt. Dit alles wordt integraal geïmplementeerd door mentoren, vakdocenten én ouders voor te lichten, te trainen en te begeleiden. Training Om de all-in one mentormethode schoolbreed te implementeren zijn diverse trainingen en workshops beschikbaar voor mentoren en vakdocenten. Met name het betrekken van de vakdocenten bij de aangeboden vaardigheden uit de mentormethode verhoogt het leerrendement van de leerlingen. Kijk op https://www.studielift123.nl/mentoren.html voor een overzicht van de mogelijkheden of neem contact op met info@studielift.nl voor een maatwerktraject. Ouderbetrokkenheid Ouders worden bij beide methodes betrokken door middel van een folder met uitleg over de verschillende vaardigheden die hun kind krijgt aangereikt. Daarnaast kan er een presentatie/ webinar op maat gemaakt worden, waarin ouders tips krijgen om hun kind te ondersteunen en motiveren. 11

Bijlage 1 – Werken aan executieve vaardigheden Executieve vaardigheden zijn de vaardigheden die je nodig hebt om zelfstandig te functioneren. Je gebruikt ze voortdurend in het dagelijks leven en ze zijn onmisbaar voor het succesvol volgen van lessen en het maken van huiswerk. Executieve vaardigheden liggen ten grondslag aan leerstrategieën en studievaardigheden en dus het leerrendement van onze jeugd. Zo zijn zwakke executieve vaardigheden vaak de oorzaak van slechte leerprestaties. Peg Dawson en Richard Guare (2012) noemen elf executieve vaardigheden die ervoor zorgen dat je in staat bent om aan je huiswerk te beginnen, door te zetten bij tegenslag, taken af te ronden en er naderhand op te reflecteren. Deze elf vaardigheden zijn: Peg Dawson en Richard Guare (2009) onderscheiden elf soorten executieve functies: Respons-inhibitie. Het vermogen om na te denken voor je iets doet. Deze “rem” zorgt ervoor dat je gedrag kunt inhouden, onsuccesvol gedrag kunt stoppen en je kunt verzetten tegen afleidende prikkels, zelfs als die leuker zijn. Je inhibitie heb je dus nodig om te kunnen leren, maar ook in de omgang met anderen is deze rem erg handig. Werkgeheugen. Met het werkgeheugen kun je informatie letterlijk bewerken. Het werkgeheugen regelt de informatiestromen in je geheugen. Het bepaalt wat nu relevant is, wat later en wat meteen overboord kan. Het zorgt er ook voor dat informatie uit het langetermijngeheugen op het juiste moment beschikbaar is. Emotieregulatie. Het vermogen om emoties te reguleren om doelen te realiseren, taken te voltooien of gedrag te controleren. Soms kun je moeite hebben om je emoties te beheersen. Je wordt er als het ware door overspoeld. Volgehouden aandacht (focus). Je aandacht op iets richten betekent dat je prikkels kunt indelen naar belangrijkheid en je dan kunt richten op de meest relevante. Aandacht volhouden is voor veel mensen erg moeilijk. Taakinitiatie. Het vermogen om direct aan het werk gaan, goed weten wat de eerste stap is om je taak te volbrengen. Planning. De vaardigheid om een plan te maken om een doel te bereiken of een taak te voltooien. Daarbij ben je ook in staat om beslissingen te nemen over wat belangrijk is en wat niet belangrijk is. Je kunt volgorde van belangrijkheid aangeven. Organiseren. Informatie en materialen ordenen. Hoe pak je de voorbereiding van een toets of werkstuk aan? Hoe ga je om met huiswerk voor meerdere vakken voor de volgende dag? Timemanagement. Je bent in staat tijd realistisch in te schatten, je beschikbare tijd goed te verdelen en deadlines te halen. Doelgericht doorzettingsvermogen. Het vermogen om een doel te formuleren, dat te realiseren en daarbij niet afgeleid of afgeschrikt te worden door tegengestelde belangen. Flexibiliteit is het kunnen omgaan met veranderingen en tegenslag. Dit vermogen stelt je in staat om van aanpak te wisselen als de omstandigheden veranderen of als je merkt dat je aanpak niet succesvol is. Metacognitie is inzicht in het eigen leerproces en het kunnen toepassen van dit inzicht. Kennis over de eigen kennis of het weten van het eigen weten. Een stapje terug doen om jezelf en de situatie te overzien en te evalueren, om te bekijken hoe je een probleem aanpakt. Op de volgende pagina zie vind je een mindmap met de elf executieve functies en op welke manier hier in de cursus ‘Actief leren leren’ (A) en/of ‘Snel leren = leuk leren’ (S) aan wordt gewerkt. 12

13

Bijlage 2 – Samenvatting Doorstroomprogramma’s po-vo voor gelijke kansen Bron: https://www.dus-i.nl/subsidies/doorstroomprogrammas-po-vo Leerlingen van laagopgeleide ouders krijgen bij dezelfde eindtoets-score gemiddeld een lager schooladvies dan klasgenoten van hoogopgeleide ouders. Ook blijken leerlingen van laagopgeleide ouders in het voortgezet onderwijs gemiddeld minder goed te presteren. Met de subsidie Doorstroomprogramma’s po-vo kunnen scholen de overgang van de basisschool naar de middelbare school voor deze leerlingen verbeteren. De subsidie is bedoeld voor leerlingen die op een hoger niveau kunnen presteren, maar minder ondersteuning of hulpbronnen hebben dan hun klasgenoten. Door deelname aan een doorstroomprogramma vergroten zij hun kennis en vaardigheden, zodat ze op het juiste niveau kunnen doorstromen. Voor wie U kunt deze subsidie aanvragen als bevoegd gezag van een van de scholen die deelneemt aan een samenwerkingsverband. Dit moet een school zijn uit het primair of voortgezet onderwijs. Budget en hoogte subsidie In totaal is er € 14,3 mln beschikbaar voor deze subsidie. Per deelnemende leerling ontvangt u € 1000,- en er geldt een maximum van € 124.000 per aanvraag. Belangrijke voorwaarden 1. Er geldt een maximaal aantal doorstroomprogramma’s per school: • Scholen in het vo mogen aan twee doorstroomprogramma’s deelnemen. • Scholen uit het po mogen meedoen aan maximaal één doorstroomprogramma. • Deze aantallen gelden ook voor nevenvestigingen van scholen. 2. Tijdens een doorstroomprogramma is er in ieder geval aandacht voor twee van de drie inhoudelijke leerlijnen: 1. Het versterken van cognitieve vaardigheden, zoals taal- en leesvaardigheden en rekenen. 2. Het versterken van metacognitieve vaardigheden, bijvoorbeeld gericht op het versterken van zelfstandig leren, effectieve werkhouding en plannen ten behoeve van de overgang naar het vo. 3. Het inzetten op omgevingsfactoren buiten de klas en de thuissituatie, bijvoorbeeld het: • vergroten van ouderbetrokkenheid; • vergroten of benutten van netwerken of hulpbronnen uit de omgeving; • versterken van sociale vaardigheden; • het begeleiden bij de schoolkeuze; • brede loopbaanoriëntatie. 3. Een programma bestaat uit minstens 100 klokuren per leerling. 4. Activiteiten zijn subsidiabel vanaf het moment dat u een subsidieaanvraag heeft ingediend. We verstrekken geen subsidie voor doorstroomprogramma’s die al zijn afgerond. 14

5. Een doorstroomprogramma moet uiterlijk in januari van het laatste jaar van de basisschool gestart zijn en loopt minimaal door tot eind januari van het eerste jaar van het voortgezet onderwijs. 6. Alle activiteiten die na augustus van het eerste jaar van het voortgezet onderwijs plaatsvinden zijn niet meer subsidiabel. 7. U kunt alleen subsidie aanvragen voor de groep leerlingen die het doorstroomprogramma zowel in groep 8 als in eerste leerjaar van het vo volgen. Subsidie aanvragen De aanvraagperiode loopt van 20 februari tot en met 30 april 2022. Op 20 februari vindt u het aanvraagformulier op deze pagina. Meldingsplicht bij wijzigingen Als minder dan 85% van het opgegeven aantal leerlingen heeft meegedaan aan het doorstroomprogramma, dan moet u dit zo snel mogelijk melden via ocwsubsidies@minvws.nl. Als een deelnemer voortijdig het programma afbreekt of naar een andere middelbare school gaat dan de samenwerkende scholen in het programma, dan mag de school een andere leerling voordragen. Het is ook mogelijk deze middelbare school toe te voegen aan het doorstroomprogramma. Hiervoor moet een officieel aanvullingsverzoek worden gestuurd naar ocwsubsidies@minvws.nl. Subsidie verantwoorden Heeft u subsidie ontvangen? Dan moet u deze na afloop verantwoorden. Dit houdt in dat u laat zien dat alle activiteiten zijn uitgevoerd en dat er aan alle verplichtingen is voldaan. • Heeft u een subsidie tot € 25.000 ontvangen? Dan vindt de verantwoording plaats in de jaarverslaggeving volgens de Regeling jaarverslaggeving onderwijs of Regeling jaarverslaglegging onderwijs BES. • Heeft u een subsidie van €25.000 of hoger ontvangen? Dan vindt de verantwoording plaats in de jaarverslaggeving met model G1, volgens de Regeling jaarverslaggeving onderwijs of Regeling jaarverslaglegging onderwijs BES. Als de activiteiten van het doorstroomprogramma zijn uitgevoerd en aan de verplichtingen is voldaan, kan het niet gebruikte deel van de subsidie worden besteed aan andere activiteiten die passen bij het doel van de regeling Kijk voor de wettelijke regeling op https://wetten.overheid.nl/BWBR0039721/2021-12-11 15

Bijlage 3 – Vragen en antwoorden Doorstroomprogramma’s gelijke kansen - primair naar voortgezet onderwijs Bron https://www.dus-i.nl/subsidies/doorstroomprogrammas-po-vo/vragen-en-antwoorden Voor wie Wat is de doelgroep van de regeling? De regeling is onderdeel van het beleid om gelijke kansen in het onderwijs te bevorderen. Inzet is dat leerlingen met een vergelijkbare capaciteit dezelfde kansen hebben in het onderwijs ongeacht afkomst, opleidingsniveau of inkomens van ouders. Deelnemers zijn leerlingen die op een hoger niveau kunnen instromen of presteren in het voortgezet onderwijs dan ze tot nu toe laten zien, maar door omgevingsfactoren buiten de school of door de thuissituatie minder ondersteuning of hulpbronnen tot hun beschikking hebben. De betrokken bevoegd gezagen bepalen of een leerling tot de doelgroep behoort. In de subsidieaanvraag wordt omschreven op welke wijze de deelnemers zijn geselecteerd. Daarnaast moet worden onderbouwd hoe deze selectie bijdraagt aan het doel van de regeling: het bevorderen van gelijke kansen in het onderwijs en talenten van leerlingen uit de doelgroep beter benutten. De subsidie kan niet door een samenwerkingsverband zelf worden aangevraagd. Wel kan het bevoegd gezag van één van de deelnemende scholen subsidie aanvragen. De andere po scholen kunnen dan, met ten minste nog 1 vo school, het doorstroomprogramma uitvoeren. Bij de subsidieaanvraag moet de rol en expertise van de deelnemende scholen aan het doorstroomprogramma duidelijk worden omschreven. Subsidie aanvragen Kan een school aan meerdere doorstroomprogramma’s meedoen? Primair onderwijs Een po-vestiging kan per jaar subsidie ontvangen voor één doorstroomprogramma po-vo. Een vestiging kan dus geen onderdeel zijn van meerdere aanvragen. Het is wel mogelijk dat een bestuur meerdere aanvragen indient voor verschillende scholen/vestigingen. Voortgezet onderwijs Een vo-vestiging kan sinds 2021 meedoen met maximaal twee aanvragen. Is een samenwerkingsovereenkomst tussen de deelnemende scholen uit po en vo noodzakelijk? Dit is aan te raden, maar is geen vereiste voor de subsidieaanvraag. De bevoegd gezagen van alle deelnemende partnerscholen moeten de aanvraag wel verklaren en de aanvrager geeft aan welke afspraken de samenwerkende instellingen hebben gemaakt. 16

Doorstroomprogramma en subsidiabele kosten Voor welke activiteiten kan subsidie worden aangevraagd? Het staat scholen vrij om de inhoud van het doorstroomprogramma te bepalen. Mits er wordt ingezet op kennis en vaardigheden die binnen de (overgang naar de) middelbare school van belang zijn, en de randvoorwaarden die nodig zijn om (in het vo) tot leren te komen. Er is in ieder geval aandacht voor een van de onderstaande drie inhoudelijke lijnen: 1. het versterken van cognitieve vaardigheden, bijvoorbeeld gericht op het versterken van taal- en leesvaardigheden en rekenen 2. het versterken van metacognitieve vaardigheden, bijvoorbeeld gericht op het versterken van zelfstandig leren, effectieve werkhouding en plannen ten behoeve van de overgang naar het vo, 3. het inzetten op omgevingsfactoren buiten de klas en de thuissituatie, bijvoorbeeld: a. het vergroten van ouderbetrokkenheid; b. het vergroten of benutten van netwerken of hulpbronnen uit de omgeving; c. het versterken van sociale vaardigheden; d. het begeleiden bij de schoolkeuze en brede loopbaanoriëntatie. Een programma bevat in ieder geval twee van de drie leerlijnen en bestaat uit minstens 100 klokuren per leerling. Activiteiten waarvoor subsidie wordt ontvangen kunnen pas starten nadat er een subsidieaanvraag is gedaan. Alle activiteiten die voor dit moment hebben plaatsgevonden zijn niet subsidiabel. De activiteiten moeten uiterlijk voor het einde van het eerste leerjaar van het voortgezet onderwijs zijn afgerond. Activiteiten die na dit moment plaatsvinden zijn ook niet subsidiabel. Wanneer kan ik starten met het doorstroomprogramma? • Activiteiten zijn subsidiabel vanaf het moment dat u een subsidieaanvraag heeft ingediend. Waarbij het doorstroomprogramma uiterlijk in januari van het laatste jaar van de basisschool gestart moet zijn en minimaal doorloopt tot eind januari van het eerste jaar van het voortgezet onderwijs. • Alle activiteiten die na augustus van het eerste jaar van het voortgezet onderwijs plaatsvinden zijn niet meer subsidiabel. • Er wordt geen subsidie verstrekt voor doorstroomprogramma’s die al zijn afgerond. Kunnen er meer dan 124 leerlingen meedoen aan een doorstroomprogramma? Ja, dit kan. U krijgt echter maar voor maximaal 124 leerlingen subsidie. Mag het doorstroomprogramma een voortzetting zijn van een bestaand project, of een doorstroomprogramma waar in vorige jaren subsidie is ontvangen? Ja, dit is mogelijk. Budget Wat gebeurt er wanneer het subsidieplafond wordt overschreden? 17

Als er meer subsidie wordt aangevraagd dan beschikbaar is gesteld door middel van het jaarlijks vastgestelde subsidieplafond, wordt er voorrang verleend aan de aanvragen voor scholen in Caribisch Nederland (de BES-eilanden). Indien er nog middelen resteren, wordt vervolgens voorrang verleend aan aanvragen met in ieder geval één een po-vestiging die een positieve achterstandsscore hebben volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek. Als er dan nog middelen over zijn, zal er na afloop van de aanvraagperiode een loting plaatsvinden. De loting vindt plaats per regio. De regio waarin aanvragen meeloten wordt bepaald op basis van de locatie waar de aanvrager is gevestigd. Per regio zijn de volgende percentages van het subsidieplafond beschikbaar: regio noord: 36,5%, regio midden: 36,5% regio zuid: 27% Veranderingen aanvraag en meldingsplicht Wat gebeurt er als er minder leerlingen hebben meegedaan dan opgegeven in de aanvraag? De aanvrager tracht deelnemers het gehele doorstroomprogramma aan te bieden. Indien een deelnemer het doorstroomprogramma voortijdig afbreekt, mag in diens plaats een andere deelnemer worden geselecteerd. Als een leerling uitstroomt naar een vo-vestiging die nog geen onderdeel is van het doorstroomprogramma, en deze vo-vestiging doet niet mee aan een ander doorstroomprogramma, dan mag deze school worden toegevoegd aan de aanvraag. Hiervoor moet een schriftelijk verzoek tot wijziging van de subsidie bij DUS-I worden ingediend om deze vo-school toe te laten. Dat kan per e-mail via ocwsubsidies@minvws.nl. Let op: meldingsplicht: Als minder dan 85% van het geprognosticeerde aantal leerlingen hebben meegedaan aan het doorstroomprogramma moet u hier zo snel mogelijk melding van maken. De subsidie wordt lager vastgesteld. Wat gebeurt er als blijkt dat het programma uit minder dan 100 klokuren bestaat? Als blijkt dat het doorstroomprogramma uit minder dan 100 klokuren bestaat, dan moet u hier zo snel mogelijk melding van maken. De subsidie wordt in dit geval lager vastgesteld. Als het tekort aan klokuren toe te rekenen is aan de uitbraak van het coronavirus, dan mag het doorstroomprogramma uit minder dan 100 klokuren bestaan. U moet in dit geval alsnog melding maken, waaruit blijkt dat het onmogelijk is om het programma te verlengen. Ik kan het doorstroomprogramma niet uitvoeren volgens de subsidieaanvraag vanwege de uitbraak van het coronavirus en/of de bijbehorende sluiting van de scholen. Wat nu? Programma verlengen Als het doorstroomprogramma niet uitgevoerd kan worden ten gevolge van het uitbraak van het coronavirus, mag u het doorstroomprogramma verlengen. Het doorstroomprogramma mag uiterlijk tot en met de maand januari van het tweede leerjaar van het voortgezet onderwijs verlengd worden. U moet wel om toestemming vragen om dit doorstroomprogramma te verlengen. 18

U kunt daarvoor mailen naar ocwsubsidies@minvws.nl onder vermelding van uw projectnummer. Verlengen niet mogelijk Het doorstroomprogramma mag ook minder dan 100 klokuren beslaan, als blijkt dat het onmogelijk is om het programma te verlengen. Ook hiervoor moet u te allen tijde melding maken via ocwubsidies@minvws.nl onder vermelding van uw projectnummer. De monitor Wat houdt de monitor in? Om de kennis over effectieve interventies ter bevordering van een soepele doorstroom van het primair onderwijs naar het voortgezet onderwijs te vergroten, worden de doorstroomprogramma’s gemonitord door een extern onderzoeksbureau. De (verplichte) monitor besteedt onder meer aandacht aan: de manier waarop scholen (gezamenlijk) de interventie vormgeven; de doelgroep waarop deze interventie zich richt (doelgroepenbeleid); en de (leer)opbrengsten en werkzame factoren die uit de interventie naar voren komen (effecten). Subsidie verantwoorden Hoe moet de subsidie worden verantwoord? De penvoerder toont in een jaarverslag aan dat voldaan is aan de subsidieverplichtingen. De vorm hangt van het subsidiebedrag af: een subsidie tot € 25.000 wordt verantwoord in de jaarverslaggeving; een subsidie van € 25.000 of meer wordt verantwoord in de jaarverslaggeving met model G1. De penvoerder toont op verzoek aan dat de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt zijn verricht, en dat is voldaan aan de verplichtingen die aan de subsidie zijn verbonden. Wijzigingen door coronacrisis Bron: https://www.dus-i.nl/subsidies/doorstroomprogrammas-po-vo/wijzigingen-doorcoronacrisis Door de uitbraak van het coronavirus zijn er knelpunten in deze subsidieregeling ontstaan. Daarom is de regeling op de volgende punten aangepast: Als de omvang van een doorstroomprogramma door de uitbraak van het coronavirus in het gedrang komt, kunt u om een verlenging vragen. Het programma kan uiterlijk tot en met de maand januari van het tweede leerjaar van het voortgezet onderwijs verlengd worden. Kunt u door sluiten van de scholen niet aan de eis van 100 klokuren voldoen? En is een verlenging van het doorstroomprogramma redelijkerwijs onmogelijk, waardoor de uren op een later tijdstip niet ingehaald kunnen worden? Dan mag het doorstroomprogramma ook minder dan 100 klokuren beslaan. 19

www.studielift.nl www.studielift123.nl www.studieliftplanagenda.nl Kijk voor meer informatie op www.doorstroomprogramma-po-vo.nl

RkJQdWJsaXNoZXIy Mjc3MDc=